Wednesday, April 3, 2013

Office 365 gebruikers krijgen hun mail terug: “554 mail server permanently rejected message”

Gebruikers van Office 365 hoeven zich doorgaans over de configuratie van hun mailomgeving geen zorgen te maken, Microsoft regelt dit immers. Dan is het ook opvallend als verschillende Office 365 gebruikers af en toe melden dat hun mail door andere organisaties geweigerd wordt. Ze ontvangen dan een Non Delivery Report (NDR) die lijkt op deze:

Delivery has failed to these recipients or groups:

jansen@contoso.com
A problem occurred during the delivery of this message to this e-mail address. Try sending this message again. If the problem continues, please contact your helpdesk.
The following organization rejected your message: mailserver.contoso.com.

Diagnostic information for administrators:
Generating server: bigfish.com

jansen@contoso.com
mailserver.contoso.com #<mailserver.contoso.com #5.0.0 smtp;554 mail server permanently rejected message (#5.3.0)> #SMTP#

Het goed interpreteren van een NDR lijkt wel eens hogere wetenschap, maar het gaat hier met name om de volgende twee delen:

Generating server: bigfish.com

Dit is de server die er niet in geslaagd is om je bericht af te leveren, deze server heeft de foutmelding opgeslagen en aan jou teruggekoppeld. De domein bigfish.com is van Microsoft, dit zijn de servers die uitgaande mail van Office 365 gebruikers proberen te verzenden.

smtp;554 mail server permanently rejected message (#5.3.0)

Dit is het antwoord wat de mailserver van de ontvanger gegeven heeft toen de Office 365 server het bericht af wilde leveren. Een SMTP foutcode die met een 5 begint is een permanente fout, dus heeft bigfish.com het later niet nog eens geprobeerd maar gelijk een NDR opgesteld.

Nu weten we dus dat de mailserver van de ontvanger het bericht geweigerd heeft maar we weten nog niet waarom. Aangezien meerdere gebruikers dit probleem melden bij verzenden naar verschillende domeinen moet er ergens een oorzaak zijn die specifiek aan de servers van Office 365 gerelateerd is. Voor één van onze klanten hebben we dit onderzocht en om toelichting gevraagd aan de beheerder van de ontvangende server. Deze gaf ons de volgende regels uit het logbestand van hun spamfilter:

Mar 29 14:45:37 vps01 qmail-queue-handlers[10396]: from=peter.noorderijk@imara-ict.nl
Mar 29 14:45:37 vps01 qmail-queue-handlers[10396]: to=jansen@contoso.com
Mar 29 14:45:37 vps01 greylisting filter[10397]: Starting greylisting filter...
Mar 29 14:45:37 vps01 greylisting filter[10397]: list type: black, from: tx2outboundpool.messaging.microsoft.com, match string: dsl|pool|broadband|hsd

De oorzaak blijkt een verkeerd geconfigureerde Qmail mailserver te zijn. Deze doet onderzoek naar de verzendende servers en vindt een DNS-record waar het woord ‘pool’ in zit, waarop hij de mail weigert. De bedoeling van die configuratie is om mail verzonden door geïnfecteerde thuiscomputers te weigeren maar deze aanpak blijkt dus niet de juiste.

Nu weten we waar de oorzaak zit, maar nu het oplossen nog. Dit kan alleen de beheerder van de ontvangende mailserver doen, Microsoft of Office 365 Support kunnen hier niets aan doen. Een extra moeilijkheid is dat het hier vaak om gehoste servers gaat met een Plesk control panel waar men weinig in kan configureren, anders dan het spamfilter in zijn geheel aan- of uitschakelen. Als de beheerder wel toegang heeft tot de configuratie kan hij de servers van Microsoft toevoegen aan de whitelist van domeinen:

/usr/local/psa/bin/grey_listing --update-server -domains-whitelist "add:*messaging.microsoft.com"

Veel beter is het natuurlijk om een meer intelligent spamfilter te gebruiken. Mogen we zo vrij zijn om een proefabonnement op Exchange Online Protection aan te bieden? Office 365 gebruikers hoeven zich geen zorgen te maken dat ze mails missen door zo’n misconfiguratie want Exchange Online Protection maakt standaard al deel uit van Exchange Online in Office 365.

Met dank aan collega Peter Noorderijk voor het in bezit krijgen van de logbestanden!

Tuesday, April 2, 2013

Exchange 2013 Cumulative Update 1 is uit!

Bijna een half jaar na het ‘RTM’ gaan van Exchange 2013 is eindelijk de langverwachte coexistence-update uitgebracht. Deze update is nodig om Exchange 2013 in een bestaande Exchange 2007 of 2010 omgeving te kunnen installeren.

Download Exchange 2013 CU 1 hier

Naast de al genoemde ondersteuning voor coexistence bied CU1 ook een aantal andere verbeteringen. Zoals verwacht is het EAC opgefrist, is een enkele knop verhuisd en is UM nu ook in het EAC te managen. Verder kunnen gebruikers in OWA nu ook ‘modern public folders’ openen, maar dit is nog zeer beperk.

Beheerders die Exchange 2013 RTM al uitgerold hadden krijgen met CU1 een service pack-achtige ervaring, Exchange wordt in zijn geheel verwijderd voordat de nieuwe wordt geïnstalleerd. Als je customization toegepast had dan wordt deze hierbij overschreven, maak dus backups. In alle andere gevallen kun je met CU1 een volledige installatie uitvoeren, het is dus niet nodig om eerste 2013 RTM te installeren.

Deze wijze van updaten is dus wat we in het vervolg minimaal vier keer per jaar gaan doen, zie Microsofts aankondiging in Servicing Exchange 2013. Voordeel: regelmatig nieuwe verbeteringen. Nadeel: ingrijpende upgradeprocedure.

Tenslotte nog even een waarschuwing: als je een CU voor Exchange 2013 installeert dan kun je hem niet meer verwijderen.

De volgende documentatie is/komt beschikbaar maar is nu nog niet allemaal online of bijgewerkt:

Voor meer informatie over het upgraden naar Exchange 2013 verwijs ik je ook naar Exchange 2010 upgrade naar Exchange 2013 (deel 1).

Exchange 2013 CU1 Setup ziet bijgewerkte Exchange 2010 Edge Transport server niet

Voordat je de eerste Exchange 2013 server in een bestaande omgeving kunt installeren moeten alle Exchange 2010 servers voorzien van SP3. Ondanks dat je dit gedaan hebt kan het zijn dat Exchange 2013 CU1 toch niet wil installeren en aangeeft dat aan de volgende prerequisit niet voldaan is:

image

All Exchange 2010 servers in the organization must have Exchange 2010 Service Pack 3 or later installed. The following servers don't meet this requirement: <ServerName>

In dit geval is server ex3 een Exchange 2010 Edge Transport server die wel degelijk voorzien is van Exchange 2010 Service Pack 3. De oorzaak van deze melding is dat het versienummer van een Edge Transport nummer alleen tijdens het aanmaken van de Edge Subscribtion in Active Directory weggeschreven wordt. Op dat moment draaide deze Edge Transport server nog Exchange 2010 SP2. Als we de Exchange servers opvragen met Get-ExchangeServer zien we:

image

We zien bij server ex1 het versienummer 14.3 welke staat voor Exchange 2010 SP3. Maar bij server ex3 staat 14.2 en dat is ook exact de reden waarom Exchange 2013 Setup denkt dat nog niet alle servers bijgewerkt zijn. Dit is op te lossen door de Edge Transport server opnieuw te subscriben. De procedure is het zelfde als een eerste subscription, de bestaande subscription wordt overschreven en de bijgewerkte informatie wordt opgeslagen in Active Directory. Zie:

Als we de Exchange servers nu nogmaals opvragen zien we ook bij de Edge Transport server ex3 het goede versienummer 14.3 staan:

image

Als we Exchange 2013 CU1 Setup opnieuw starten dan zal deze niet meer blijven steken bij bovenstaande valse melding.

Monday, April 1, 2013

Exchange 2010 upgrade naar Exchange 2013 (deel 1)

Heel lang geleden was een Exchange upgrade heel eenvoudig. Bij Exchange 2000 kon je de cd in een server stoppen en een in-place upgrade naar Exchange 2003 uit voeren, na een uurtje wachten en een reboot was het klaar. Maar dit proces betekende ook downtime gedurende de upgrade en maakte het voor Microsoft niet eenvoudig om drastische veranderingen door te voeren. Dus was Exchange 2003 de laatste versie met een in-place upgrademogelijkheid. Bij de versies die daarop volgden plaatsen we de nieuwe versie naast de oude, verplaatsen de mailboxen en verwijderen de oude servers.

Voor Exchange 2013 geldt dezelfde aanpak. In dit artikel beschrijf ik de upgrade van Exchange 2010 naar Exchange 2013 aan de hand van een eenvoudige lab-omgeving. Deze bestaat uit een enkelvoudige Exchange 2010 SP2 server, met de drie basisrollen geïnstalleerd: Client Access, Hub Transport en Mailbox. Hierover later meer, eerst de voorbereiding.

Voorbereiding

Voordat we met de migratie beginnen, nog voordat we de eerste Exchange 2013 server in onze organisatie kunnen introduceren moeten allerlei zaken voorbereid worden. Een aantal daarvan zal ik hieronder behandelen.

Servers met Exchange 2003

Exchange 2013 is niet compatible met Exchange 2003, dit houdt in dat alle Exchange 2003 servers uitgefaseerd moeten zijn. Als er nog een Exchange 2003 server in de Exchange organisatie bestaat dan kunnen we Exchange 2013 niet installeren, dit wordt gecontroleerd tijdens de prerequisits check en is niet te omzeilen. Bij het verwijderen van de laatste Exchange 2003 server gelden er nog een paar extra stappen om uit te voeren, meer hierover in het volgende artikel: Remove the Last Legacy Exchange Server from an Exchange 2010 Organization.

Clients met Outlook 2003

Exchange 2013 ondersteunt de volgende versies van Outlook:

  • Outlook 2013
  • Outlook 2010 SP1 with November 2012 Cumulative Update
  • Outlook 2007 SP3 with November 2012 Cumulative Update
  • Entourage 2008 for Mac, Web Services Edition
  • Outlook for Mac 2011

De nog veel gebruikte Outlook 2003 staat niet in deze lijst, het zelfde geldt voor de WebDav versie van Entourage. Dat betekent dat oudere versies van Outlook eerst moeten worden vervangen voordat de mailboxen van deze gebruikers verplaatst worden naar Exchange 2013. Het is verstandig om hier al vroeg in het project mee te starten. Dit geldt met name voor organisaties waar de software op werkplekken niet centraal beheerd wordt. Het niet kunnen upgrade van clientsoftware is een bekende deployment blocker of op zijn minst een factor die de voortgang flink kan vertragen.

Outlook Anywhere

Outlook maakt traditioneel verbinding met Exchange met MAPI, dit is RPC verkeer. Het nadeel van RPC is dat het zich niet goed laten sturen door firewalls en over het internet. Met Exchange 2003 en Outlook 2003 konden we voor het eerst RPC verkeer over een HTTPS tunnel laten lopen, later werd dit bekend onder de naam Outlook Anywhere. Outlook Anywhere wordt meestal gebruikt voor remote gebruikers, zelden voor interne gebruikers. Exchange 2013 daarentegen ondersteunt alleen nog maar Outlook Anywhere, zowel voor interne als externe clients.

Voor veel organisaties is dit geen probleem, Outlook 2007 en hoger ondersteunen Outlook Anywhere immers gewoon. Maar in sommige omgevingen worden GPO’s gebruikt om de instellingen van Outlook te beheren en kan het zijn dat Outlook Anywhere uitgeschakeld is. Controleer dit van tevoren want nadat een mailbox naar Exchange 2013 verplaatst is kan hij alleen nog maar benaderd worden over Outlook Anywhere.

Backup, antivirus, monitoring, BES, etc.

Exchange 2013 is nieuw en is op dit moment nog maar weinig ingezet. Of het nu oorzaak of gevolg hiervan is, veel 3rd party softwareleveranciers hebben hun producten nog niet aangepast voor Exchange 2013. Voor andere producten is het nodig om een update te installeren of zelfs een nieuwere versie aan te schaffen. Denk hierbij aan backupsoftware, monitoringsoftware, antivirus- en spamfilteringsoftware, archiveringsoplossingen of mobility software zoals Blackberry Enterprise Server (BES) of Good for Enterprises.

Maak een inventarisatie van alle software die raakvlakken heeft met Exchange en controleer per product of er een afhankelijkheid is, welke dat is en hoe dit op te lossen. Denk hierbij niet alleen aan het in bezit krijgen van de juiste versie maar zorg ook dat je de installatieprocedure helder hebt. Kun je de upgrade of update vooraf installeren of moet dit samenvallen met de upgrade van Exchange?

Service Pack 3 voor Exchange 2010

Alle servers met Exchange 2010 moeten voorzien worden van Service Pack 3, dus niet alleen de Client Access servers en niet alleen de servers in de site die we gaan upgraden. Dit Service Pack bevat niet alleen alle voorgaande updates maar voegt ook ondersteuning toe om samen te kunnen werken met Exchange 2013. Zo wordt bijvoorbeeld Windows Authentication aangezet op de OWA en ECP virtual directories.

Het upgraden naar SP3 is een taak die niet onderschat moet worden, eenmaal geïnstalleerd kan SP3 niet meer verwijderd worden. De installatie van SP3 omvat een Active Directory schema update en zorgt ook bij een DAG voor een korte downtime die wellicht in een service window gepland moet worden. Op het moment van schrijven heeft Microsoft na Exchange 2010 SP3 nog geen nieuwe update uitgebracht en er is minimaal één onopgelost issue met SP3: Unable to soft delete some messages after installing Exchange 2010 SP2 RU6 or SP3. Het kan raadzaam zijn om even te wachten op het eerstvolgende upgrade verzamelpakket.

Meer informatie en belangrijke aanwijzingen voor Exchange 2010 SP3 staan in de Release Notes en informatie over het upgraden naar een later Service Pack in: Upgrade Exchange 2010 to Exchange 2010 SP1, SP2 or Exchange 2010 SP3.

Exchange 2010 Edge Transport servers

Dan is er nog een eigenaardigheid met Edge Transport servers, maar wie deze niet gebruikt kan deze paragraaf gerust overslaan. Als deze onlangs van Exchange 2010 SP3 voorzien zijn dan wordt het nieuwe versienummer van Exchange niet in Active Directory weggeschreven. Voor deze servers geldt dus dat je na het installeren van SP3 de Edge Subscription opnieuw aan moet maken. Zie:

Vervolg

In dit deel hebben we de voorbereidingen voor de migratie behandeld. In het volgende deel van deze serie ga ik in op het migratieproces.

Wednesday, March 20, 2013

Wat krijg ik eigenlijk precies met Office 365?

Cloud computing is here to stay, dat is inmiddels wel duidelijk. En waarom niet? De voordelen zijn legio: geen investering vooraf maar betalen naar gebruik, vrijwel onbeperkt schaalbaar een flexibel, self-service portals dus niet meer wachten op die overbezette IT-ers maar extra mailboxen wanneer jij het wilt en altijd de laatste versie van de software. Maar zo’n ‘public cloud’ betekent ook dat je met vele andere huurders om de zelfde omgeving werkt waardoor je met beperkingen te maken krijgt. Zo kun je veel zaken configureren maar niet alles op maat maken, een mooi voorbeeld is dat je de inlogpagina niet kunt aanpassen naar jouw eigen huisstijl. En soms zijn er op bepaalde zaken een limiet gezet om te voorkomen dat extreem gebruik van een huurder tot overlast van anderen kan leiden.

Daarom is het goed om zorgvuldig onderzoek te doen voordat je overstapt, je wilt toch wel graag weten wat je krijgt? Microsoft heeft voor Office 365 precies beschreven wat je krijgt, zo weet je wat je kunt verwachten en waar dit misschien afwijkt van de ‘on-premises’ equivalent van de dienst die je af wilt nemen. Deze informatie vind je in de Office 365 Service Descriptions. Een onmisbaar stuk documentatie wat je snel inzicht geeft, vooral in combinatie met een gratis proef-abonnement waarin je zelf kunt kijken hoe dit in de praktijk uitwerkt. Zo kom je later niet voor verrassingen te staan.

image

Friday, March 15, 2013

Windows Phone 7.8 update (7.10.8860.142/144) wordt uitgerold

Op dit moment wordt een nieuwe update voor Windows Phone 7.8 uitgerold, het nieuwe versienummer is 7.10.8862.142. na installatie blijkt dat direct hierna ook 7.10.8862.144 geïnstalleerd kan worden.

image

In beide gevallen lijkt het te gaan om een update die een aantal tekortkomingen van de 7.8 updates moet oplossen, waaronder problemen met live tiles. Op de Windows Phone 7 update history wordt deze versie omschreven als de 7.8 versie, dat moeten we dus vooral zien als de nieuwe 7.8 versie.

Monday, March 11, 2013

Exchange 2010 SP3: UCMA 4.0 requires the following missing Windows features: Media Foundation

Als je Exchange 2010 SP3 op Windows Server 2012 wilt installeren begin je met de prerequisits. Als de server ook de Client Access rol gaat hosten dan valt daaronder het installeren van de Unified Communications Managed API 4.0 Runtime. Hierbij kan de volgende foutmelding voorkomen:

image

Microsoft Unified Communications Managed API 4.0, Runtime requires the following missing Windows features.

  • Media Foundation

Deze fout treedt op als je de aanwijzingen op deze pagina gevolgd hebt: Exchange 2010 Prerequisites (Install the Windows Server 2012 operating system prerequisites). Microsoft schrijft voor een server met de drie basisrollen het volgende voor:

image

Bij deze aanwijzingen ontbreekt Server-Media-Foundation, dat is de Media Foundation component uit bovenstaande foutmelding. Maar wat is een Exchange-server zonder Telnet? Dus ook Telnet-Client moeten we toevoegen aan de opdrachtregel.

En dan nog een paar dingen. Ten eerste worden alle beschikbare PowerShell modules op Windows Server 2012 automatisch geladen als je de PowerShell console opent, dat betekent dat Import-Module ServerManager niet nodig is. O ja, als je Exchange Setup ook AD wilt laten voorbereiden dan heb je ook nog de AD remote managment tools (RSAT-ADDS) nodig. Het kan geen kwaad om deze standaard te installeren. Verder wil je na het uitvoeren van het commando misschien eerst de output op het scherm lezen, dit gaat niet als de server automatisch reboot door de –Restart switch. In de praktijk ziet onze opdrachtregel er dus zo uit:

Add-WindowsFeature NET-Framework-Features,NET-HTTP-Activation,RPC-over-HTTP-proxy,RSAT-Clustering,Web-Mgmt-Console,WAS-Process-Model,Web-Asp-Net,Web-Basic-Auth,Web-Client-Auth,Web-Digest-Auth,Web-Dir-Browsing,Web-Dyn-Compression,Web-Http-Errors,Web-Http-Logging,Web-Http-Redirect,Web-Http-Tracing,Web-ISAPI-Ext,Web-ISAPI-Filter,Web-Lgcy-Mgmt-Console,Web-Metabase,Web-Net-Ext,Web-Request-Monitor,Web-Server,Web-Static-Content,Web-Windows-Auth,Web-WMI, RSAT-ADDS, Telnet-Client, Server-Media-Foundation

Succes met het installeren van Exchange 2010 SP3 op Windows Server 2012.

Friday, March 8, 2013

JetStress voor Exchange 2013 is beschikbaar

Microsoft heeft de Exchange 2013 versie van JetStress klaar. Voor wie deze tool alleen van naam kent, JetStress gebruik je voordat je Exchange installeert om te valideren of je storage de verwachtte IOPs kan leveren. In dit artikel leg ik kort uit wanneer je deze tool gebruikt, onderaan volgt de downloadlink en een document met meer informatie.

Iedere Exchange-omgeving begint met een ontwerp. Op basis van de verwachte belasting (aantal gebruikers, mailbox grootte, etc.) bereken je hoeveel IOPs de storage moet kunnen leveren. Daar kies je vervolgens een oplossing bij die de belasting op papier aan zou moeten kunnen. Helaas blijkt in de praktijk dat de verwachtingen niet altijd uitkomen. Misschien heeft de storage-beheerder je storage niet met het juiste RAID type geconfigureerd, bijvoorbeeld RAID5 terwijl je RAID10 nodig had. Of zorgt een bug in de firmware van je RAID-controller er voor dat je de IOPs niet kunt halen.

Daarom bouw je de servers en storage op maar voordat je Exchange installeert gebruik je JetStress. In JetStress geef je bepaalde parameters in, waaronder bijvoorbeeld de paden voor de databases en logfiles. Vervolgens maakt JetStress test-databases aan en simuleert vervolgens de belasting die je verwacht. Als je deze haalt dan kun je doorgaan met de installatie van Exchange op de servers, zo niet dan moet je het probleem eerst oplossen gevolgd door een nieuwe test.

Zie de stappen in dit diagram:
image

Na het testen maakt JetStress en rapportje op met de bevindingen. De belangrijkste output van JetStress is deze waarde:
clip_image002[8]

Vergelijk die met de IOPs die je volgens de berekening in het ontwerp moet kunnen halen:
clip_image002

In dit voorbeeld zitten we helemaal goed, volgens berekening moeten we pieken van 93 IOPs verwachten en de test blijkt uit dat we 133 IOPs kunnen leveren. Dat is een prima resultaat, op dit moment is er geen reden om aan te nemen dat de storage niet voldoet en kunnen we doorgaan met het bouwen en in gebruik nemen van de nieuwe servers.

JetStress 2013 kun je hier downloaden. De JetStress Field Guide is een whitepaper die je op weg helpt om JetStress te installeren, te configureren de re resultaten op de juiste manier te interpreteren. De Exchange 2010 versie vind je hier, ik hoop dat de auteur snel tijd vind om deze aan te passen voor Exchange 2013.

Update: De bijgewerkte versie is er inmiddels al gekomen. Download de Jetstress 2013 Field Guide hier.

Tuesday, March 5, 2013

Updated: Exchange 2010 UR6/SP3: Some items cannot be deleted…

Zie de updates onder dit artikel voor een oplossing.

Wie mij een beetje volgt weet dat ik me al langer zorgen maak over de kwaliteit van updates, service packs en nieuwe releases voor Exchange. Zo bevond ik mij pas in een situatie waarbij een issue op een vers gebouwde Exchange 2010 omgeving verholpen zou zijn door Update Rollup 6 te installeren. Enige probleem was dat deze UR6 net een paar dagen uit was en ik nog niet wist of hij in de praktijk stabiel en betrouwbaar zou zijn. En de omgeving was inmiddels in productie genomen wat betekende dat a) het issue opgelost moest worden en b) dit niet tot verstoring of nieuwe issues mocht leiden. Dus met zweetpareltjes op het voorhoofd UR6 uitgerold en warempel, de omgeving bleef stabiel en het issue is opgelost.

En inmiddels is het raak. Verschillende mensen melden zich met een nieuw issue wat verschijnt na installatie van UR6 voor Exchange 2010 SP2 en aangezien dezelfde updates ook in SP3 zitten, dus ook na installatie van SP3. Het gaat om Outlook 2010 gebruikers in Online mode, als deze bepaalde berichten proberen te verwijderen dan meldt Outlook:

Some items cannot be deleted. They were either moved or already deleted, or access was denied.

Sommige melders geven aan dat het gaat om door een systeem gegenereerde berichten met PDF of WAV attachments, anderen geven aan dat het ook andere berichten betreft. Nu is het moeilijk om een exacte diagnose te doen op basis van meldingen op forums, omdat deze fout ook door verschillende andere problemen veroorzaakt kan worden. In ieder geval treedt deze melding op bij Outlook in Online mode en na installatie van UR6 en SP3. In OWA, Outlook in Cached mode en bij gebruik van Shift Delete werkt het wel naar behoren.

Dan rest de vraag wat nu te doen als je hier ook tegenaan loopt. UR6 is makkelijk te verwijderen, maar wat als je die geïnstalleerd had om een ander probleem op te lossen? Om nog maar te zwijgen van SP3, in dat geval kun je de server opnieuw op gaan bouwen met SP2 want een Exchange 2010 service pack kun je niet de-installeren.

Voor sommigen zal het overschakelen op Cached mode een werkbaar alternatief zijn, voor anderen niet omdat dit een reeks aan nieuwe uitdagingen met zich mee kan brengen. Denk bijvoorbeeld aan de belasting van massale OST-downloads of de impact van zo’n groot bestand in het profiel van de gebruiker. Blijft over het instrueren van je gebruikers, ze kunnen Shift Delete gebruiken maar het bericht komt dan niet meer in Deleted Items. Andere mogelijkheden zijn het verplaatsen van het item naar een andere folder, of het bewerken van de body en het gewijzigde bericht verwijderen.

Verder zit er niet veel anders op dan te wachten op een oplossing van Microsoft. Dat geeft mooi wat tijd om te overdenken hoe in het vervolg om te gaan met het installeren van updates en service packs. Wat betekent dit als de updates voor Exchange 2013 de impact van een service pack krijgen en Microsoft wil dat we deze binnen drie maanden installeren?

Update: Inmiddels heeft Microsoft het volgende Knowledge Base artikel geschreven: Unable to soft delete some messages after installing Exchange 2010 SP2 RU6 or SP3 Helaas geen andere work-arounds dan Shift Delete of in Cached mode gaan werken.

Update 2: Voor klanten met Exchange 2010 SP3 is nu een oplossing, namelijk de installatie van Update Rollup 1.

Windows Server 2012 en Exchange: Standard of Datacenter?

Sinds Exchange 2007 moet je voor een Exchange-server goed opletten welke versie van Windows Server je gebruikt. Bepaalde Exchange-features vereisen namelijk Windows Failover Clustering, traditioneel een feature waarvoor je minimaal de Enterprise Edition van Windows Server nog hebt. Bij Windows Server 2012 speelt dit niet meer, Standard en Datacenter Edition beschikken over dezelfde features en de Enterprise Edition bestaat helemaal niet meer.

Dus voor Windows Server 2003 x64, Server 2008 en Server 2008 R2 geldt dat je minimaal Enterprise Edition nodig hebt voor:

  • Exchange 2007 SCC en CCR
  • Exchange 2010 DAG
  • Exchange 2013 DAG

De Standard Edition van deze versies voldoet voor alle andere opstellingen, bijvoorbeeld:

  • Exchange 2007 CA, HT, standalone MB en SCR/LCR
  • Exchange 2010 CA, HT, standalone MB
  • Exchange 2013 CA en standalone MB

Bij Windows Server 2012 zijn zowel Standard als Datacenter Edition geschikt zijn voor alle opstellingen, dus ook voor:

  • Exchange 2010 DAG
  • Exchange 2013 DAG

Meer informatie over de verschillende edities van Windows Server 2012 vind je hier, maar kijk ook eens bij de System Requirements voor Exchange 2007, 2010 en 2013.