maandag 13 mei 2013

Server 2012: De pagefile configureren met PowerShell

De Windows pagefile, er zijn hele boeken geschreven over het nut ervan en de beste manier om deze te configureren. Op een aparte partitie om fragmentatie tegen te gaan, op een partitie die aan de binnenrand van de fysieke schijf ligt omdat doorvoer daar het hoogste is, anderhalf keer het fysieke geheugen, door het systeem beheerd of zelfs helemaal uitgeschakeld.

Tegenwoordig kun je in veel situaties zonder een grote pagefile, tenzij je bij een eventuele crash een volledige geheugendump op schijf wilt hebben om de oorzaak te kunnen onderzoeken. Voor een volledige dump moet de pagefile minimaal gelijk zijn aan de hoeveelheid werkgeheugen + 1 MB en bovendien op het systeemvolume staan. Zo valt te lezen in onder andere: Windows does not save memory dump file after a crash Als dat voor jou niet belangrijk is dan wil je de pagefile misschien kleiner maken, zeker in het tijdperk van machines met een werkgeheugen van 64 GB of zelfs nog meer.

Anno 2013 doen we dit bij voorkeur met PowerShell, want dit is snel (copy, paste), makkelijk te herhalen en te automatiseren. In het boek Windows Server 2012 Hyper-V Installation and Configuration Guide geeft de auteur het volgende voorbeeld om deze vast in te stellen op 10 GB groot.

$Pagefile = Get-WmiObject Win32_ComputerSystem
$Pagefile.AutomaticManagedPagefile = $false
$Pagefile.Put()

$NewPagefile = gwmi -query "select * from Win32_PageFileSetting where name ='C:\\pagefile.sys'"
$NewPagefile.InitialSize = [int]"10240"
$NewPagefile.MaximumSize = [int]"10240"
$NewPagefile.Put()

Het eerste deel van het scriptje slaat het juiste WMI-object op in een variabele waarna we de waarde van AutomaticManagedPagefile op False zetten en vervolgens het aangepaste object weer wegschrijven. Op mijn systeem bleek dat niet te werken:

image

De oorzaak heeft te maken met UAC, we kunnen dit omzeilen door de –EnableAllPrivileges switch toe te voegen:

$System = Get-WmiObject Win32_ComputerSystem -EnableAllPrivileges
$System.AutomaticManagedPagefile = $False
$System.Put()

image

Het resultaat is dat de pagefile nu niet meer door Windows beheerd wordt. Nu kunnen we de eigenschappen van de pagefile aanpassen, in dit geval kiezen we dus een vaste grootte van 10 GB:

$CurrentPagefile = Get-WmiObject -query "select * from Win32_PageFileSetting where name ='C:\\pagefile.sys'"
$CurrentPagefile.InitialSize = [int]"10240"
$CurrentPagefile.MaximumSize = [int]"10240"
$CurrentPagefile.Put()

Als je goed kijkt dan zie je dat ik in de twee scriptdelen voor andere variabelenamen gekozen heb dan de auteurs van het boek: $System in plaats van $Pagefile en $CurrentPagefile in plaats van $NewPagefile. Dit is maar cosmetisch, ik had ook kunnen kiezen voor $Appeltaart of $QWERTY, maar het beschrijft wel iets correcter waar we mee werken. In het eerste deel van het script doen we een bewerking op het WMI-object Win32_ComputerSystem en niet op de pagefile. In het tweede deel van het script passen we de eigenschappen aan van de huidige pagefile, niet van de nieuwe pagefile. Vandaar.

Met dank aan forumgebruiker Oldguard die e.e.a. hier samenvatte. In datzelfde topic beschrijft hij ook een alternatieve aanpak waarbij de de bestaande pagefile eerst verwijdert en daarna een nieuwe aanmaakt. Heel interessant om te zien wat je met PowerShell en WMI allemaal kunt.

woensdag 8 mei 2013

Nieuwe KEMP firmware beschikbaar met Edge Security Pack

Toen Microsoft vorig jaar aankondigde te stoppen met Forefront TMG 2010 rees voor veel mensen de vraag wat een goede reverse proxy zou zijn voor Exchange, SharePoint en Lync. Bedrijven als KEMP Technologies zagen een kans om nieuwe features toe te voegen aan hun load balancers, zo kondigde KEMP al snel aan dat ze werkten aan een reverse proxy oplossing voor hun LoadMaster modellen.

Edge Security Pack

KEMP noemt dit het Edge Security Pack (ESP), met ESP kan de LoadMaster dienen als reverse proxy en biedt deze een aantal mogelijkheden die tot voor kort alleen mogelijk waren met TMG:

  • Forms-based pre authenticatie
  • Single sign-on over verschillende services
  • Basic en NTLM authentication

Dit maakt het mogelijk om de LoadMaster niet alleen te gebruiken voor het verdelen van inkomende connecties over meerdere servers, maar ook om client-connecties eerst te authentiseren en pas dan een verbinding met de achterliggende server op te bouwen. Hiermee hebben we dus een echt bruikbaar alternatief voor gebruik met Exchange, SharePoint en Lync.

Application Delivery Controller

Als het aan KEMP ligt dan spreken we ook niet meer van een load balancer maar noemen we dit een Application Delivery Controller. En hoewel ik niet zoveel op heb met sjieke marketingtermen zit hier eigenlijk wel wat in. Als we kijken naar load balancing an sich dan hebben we het over Layer 4 en 7 load balancing, diverse persistence opties, uitgebreide health checking en verschillende load balancing algoritmes.

Maar de LoadMaster kan ook compressie inschakelen in het verkeer tussen de client en de load balancer, hiermee wordt bandbreedte bespaard tussen de client en de load balancer. En dan is het nog mogelijk om ook caching in te schakelen, hiermee wordt bandbreedte bespaart tussen de load balancer en de echte servers.

image

Als we hier dan de features van het ESP aan toevoegen dan gaat het echt om veel meer dan alleen het verdelen van inkomende connecties, de term ADC lijkt dan ook wel op zijn plek.

Release

Vandaag komt versie v7.0-4 uit van de nieuwe LoadMaster firmware dan eindelijk beschikbaar. Deze nieuwe versie bevat onder andere de volgende verbeteringen:

  • Edge Security Pak
  • Sub-virtual services
  • Nieuw dashboard/startscherm met een grafisch overzicht van de belasting en performance
  • Opgefriste webinterface, meer consistente layout
  • VLM-modellen ook beschikbaar voor Oracle VirtualBox

De nieuwe firmware is beschikbaar voor alle klanten met een geldige supportovereenkomst, met uitzondering van de LM-2200. Voor de VLM-100 en VLM-1000 is de procedure gelijk aan elke andere update, vraag de nieuwe versie aan bij KEMP Support en installeer deze in de webinterface. Voor klanten met een LM-2600 of hoger is een hardware-uitbreiding nodig, deze wordt zonder meerkosten door KEMP verzonden. Neem ook hiervoor even contact op met KEMP Support.

Versie v7.0-4 is de eerste release van de 7.0 LoadMaster software, de documentatie voor 7.0 verschijnt later vandaag op de KEMP Documentation pagina.

Wat heb ik met KEMP?

Even voor de duidelijkheid… Als Exchange specialist werk ik al jaren met KEMP, maar ook met Barracuda en Citrix Netscaler. KEMP valt daarbij positief op doordat ze hele goede support bieden, vaak ronduit goedkoop zijn, zowel virtueel als fysiek te krijgen zijn en bovendien heel goed begrijpen welke workloads ze load balancen. Zo heeft KEMP bijvoorbeeld een hele goede naam onder Microsoft MVP’s, waar ik zelf ook 7 jaar bij heb mogen horen.

Toen we vorige jaar met Imara ICT startten was het dan ook duidelijk dat KEMP is ons portfolio hoort, en zo zijn we KEMP Authorized Partner geworden. Dat betekent dat ik als specialist nog steeds KEMP aanbeveel, maar nu ook zakelijk. Dat laatste zou ik niet doen als ik persoonlijk niet zo overtuigd was van de meerwaarde die dit spul biedt.

maandag 22 april 2013

Exchange 2003 verwijderen uit een Exchange 2010 omgeving

Op dit moment ben ik een groot aantal Exchange 2003 servers aan het verwijderen, dit is de laatste en afsluitende fase van een migratie naar Exchange 2010. Dit artikeltje is een opsomming van de documentatie die ik gebruikt heb om dit voor te bereiden en de stappen uit te voeren.

Ondanks dat de meeste stappen eenvoudig zijn, kan het handig zijn om ze voor jezelf in een document te zetten. Neem ook een tabel op met op een rij voor iedere server en een kolom voor iedere uit te voeren taak. Zeker als je met meerdere servers werkt is een vergissing snel gemaakt anders.

zaterdag 6 april 2013

Exchange 2013 en Office 365: Toegang tot OWA niet uit te schakelen

In alle recente versies van Exchange is het mogelijk om bepaalde mailbox features uit te schakelen, bijvoorbeeld toegang via Outlook Anywhere, ActiveSync of Outlook Web App. Op dit moment heeft Exchange 2013 een bug waardoor het uitschakelen van OWA toegang voor een mailbox niet werkt. Je kunt de instelling wel doorvoeren maar die heeft geen effect. Dit betreft Exchange 2013 RTM en CU1 maar ook Exchange Online in Office 365 wanneer je een ‘wave 15’ gebruiker bent.

De instelling waar het om gaat vind je in EAC op de volgende locatie: Recipients, Mailboxes, properties van een mailbox, Mailbox features, Email Connectivity:

image

In EMS gaat het om het om de –OWAEnabled switch van het Set-CASMailbox cmdlet:

image

Microsoft biedt een work-around aan maar die is zo onzinnig dat ik die hier niet eens ga behandelen. Als je het echt wilt weten dan kun je hier het Knowledgebase artikel vinden die bovenstaand probleem beschrijft: You can't disable Outlook Web App access for users in Office 365 or on-premises Exchange Server

woensdag 3 april 2013

Microsoft geeft ook bijgewerkte Exchange 2013 documentatie vrij

Gisteren was er veel opwinding rond de uitgestelde release van Exchange 2013 CU1. Het wachten was nog op een update van de TechNet Technical Library voor Exchange 2013. Een aantal hoofdstukken over upgraden was al aanwezig maar bevatte nog geen tekst, alleen een placeholder.

Deze informatie is nu bijgewerkt, met name deze stukken zijn voor veel mensen relevant:

Voor meer informatie, zorg dat je deze link bij je favorieten hebt staan: Exchange 2013 Technical Library

Office 365 gebruikers krijgen hun mail terug: “554 mail server permanently rejected message”

Gebruikers van Office 365 hoeven zich doorgaans over de configuratie van hun mailomgeving geen zorgen te maken, Microsoft regelt dit immers. Dan is het ook opvallend als verschillende Office 365 gebruikers af en toe melden dat hun mail door andere organisaties geweigerd wordt. Ze ontvangen dan een Non Delivery Report (NDR) die lijkt op deze:

Delivery has failed to these recipients or groups:

jansen@contoso.com
A problem occurred during the delivery of this message to this e-mail address. Try sending this message again. If the problem continues, please contact your helpdesk.
The following organization rejected your message: mailserver.contoso.com.

Diagnostic information for administrators:
Generating server: bigfish.com

jansen@contoso.com
mailserver.contoso.com #<mailserver.contoso.com #5.0.0 smtp;554 mail server permanently rejected message (#5.3.0)> #SMTP#

Het goed interpreteren van een NDR lijkt wel eens hogere wetenschap, maar het gaat hier met name om de volgende twee delen:

Generating server: bigfish.com

Dit is de server die er niet in geslaagd is om je bericht af te leveren, deze server heeft de foutmelding opgeslagen en aan jou teruggekoppeld. De domein bigfish.com is van Microsoft, dit zijn de servers die uitgaande mail van Office 365 gebruikers proberen te verzenden.

smtp;554 mail server permanently rejected message (#5.3.0)

Dit is het antwoord wat de mailserver van de ontvanger gegeven heeft toen de Office 365 server het bericht af wilde leveren. Een SMTP foutcode die met een 5 begint is een permanente fout, dus heeft bigfish.com het later niet nog eens geprobeerd maar gelijk een NDR opgesteld.

Nu weten we dus dat de mailserver van de ontvanger het bericht geweigerd heeft maar we weten nog niet waarom. Aangezien meerdere gebruikers dit probleem melden bij verzenden naar verschillende domeinen moet er ergens een oorzaak zijn die specifiek aan de servers van Office 365 gerelateerd is. Voor één van onze klanten hebben we dit onderzocht en om toelichting gevraagd aan de beheerder van de ontvangende server. Deze gaf ons de volgende regels uit het logbestand van hun spamfilter:

Mar 29 14:45:37 vps01 qmail-queue-handlers[10396]: from=peter.noorderijk@imara-ict.nl
Mar 29 14:45:37 vps01 qmail-queue-handlers[10396]: to=jansen@contoso.com
Mar 29 14:45:37 vps01 greylisting filter[10397]: Starting greylisting filter...
Mar 29 14:45:37 vps01 greylisting filter[10397]: list type: black, from: tx2outboundpool.messaging.microsoft.com, match string: dsl|pool|broadband|hsd

De oorzaak blijkt een verkeerd geconfigureerde Qmail mailserver te zijn. Deze doet onderzoek naar de verzendende servers en vindt een DNS-record waar het woord ‘pool’ in zit, waarop hij de mail weigert. De bedoeling van die configuratie is om mail verzonden door geïnfecteerde thuiscomputers te weigeren maar deze aanpak blijkt dus niet de juiste.

Nu weten we waar de oorzaak zit, maar nu het oplossen nog. Dit kan alleen de beheerder van de ontvangende mailserver doen, Microsoft of Office 365 Support kunnen hier niets aan doen. Een extra moeilijkheid is dat het hier vaak om gehoste servers gaat met een Plesk control panel waar men weinig in kan configureren, anders dan het spamfilter in zijn geheel aan- of uitschakelen. Als de beheerder wel toegang heeft tot de configuratie kan hij de servers van Microsoft toevoegen aan de whitelist van domeinen:

/usr/local/psa/bin/grey_listing --update-server -domains-whitelist "add:*messaging.microsoft.com"

Veel beter is het natuurlijk om een meer intelligent spamfilter te gebruiken. Mogen we zo vrij zijn om een proefabonnement op Exchange Online Protection aan te bieden? Office 365 gebruikers hoeven zich geen zorgen te maken dat ze mails missen door zo’n misconfiguratie want Exchange Online Protection maakt standaard al deel uit van Exchange Online in Office 365.

Met dank aan collega Peter Noorderijk voor het in bezit krijgen van de logbestanden!

dinsdag 2 april 2013

Exchange 2013 Cumulative Update 1 is uit!

Bijna een half jaar na het ‘RTM’ gaan van Exchange 2013 is eindelijk de langverwachte coexistence-update uitgebracht. Deze update is nodig om Exchange 2013 in een bestaande Exchange 2007 of 2010 omgeving te kunnen installeren.

Download Exchange 2013 CU 1 hier

Naast de al genoemde ondersteuning voor coexistence bied CU1 ook een aantal andere verbeteringen. Zoals verwacht is het EAC opgefrist, is een enkele knop verhuisd en is UM nu ook in het EAC te managen. Verder kunnen gebruikers in OWA nu ook ‘modern public folders’ openen, maar dit is nog zeer beperk.

Beheerders die Exchange 2013 RTM al uitgerold hadden krijgen met CU1 een service pack-achtige ervaring, Exchange wordt in zijn geheel verwijderd voordat de nieuwe wordt geïnstalleerd. Als je customization toegepast had dan wordt deze hierbij overschreven, maak dus backups. In alle andere gevallen kun je met CU1 een volledige installatie uitvoeren, het is dus niet nodig om eerste 2013 RTM te installeren.

Deze wijze van updaten is dus wat we in het vervolg minimaal vier keer per jaar gaan doen, zie Microsofts aankondiging in Servicing Exchange 2013. Voordeel: regelmatig nieuwe verbeteringen. Nadeel: ingrijpende upgradeprocedure.

Tenslotte nog even een waarschuwing: als je een CU voor Exchange 2013 installeert dan kun je hem niet meer verwijderen.

De volgende documentatie is/komt beschikbaar maar is nu nog niet allemaal online of bijgewerkt:

Voor meer informatie over het upgraden naar Exchange 2013 verwijs ik je ook naar Exchange 2010 upgrade naar Exchange 2013 (deel 1).

Exchange 2013 CU1 Setup ziet bijgewerkte Exchange 2010 Edge Transport server niet

Voordat je de eerste Exchange 2013 server in een bestaande omgeving kunt installeren moeten alle Exchange 2010 servers voorzien van SP3. Ondanks dat je dit gedaan hebt kan het zijn dat Exchange 2013 CU1 toch niet wil installeren en aangeeft dat aan de volgende prerequisit niet voldaan is:

image

All Exchange 2010 servers in the organization must have Exchange 2010 Service Pack 3 or later installed. The following servers don't meet this requirement: <ServerName>

In dit geval is server ex3 een Exchange 2010 Edge Transport server die wel degelijk voorzien is van Exchange 2010 Service Pack 3. De oorzaak van deze melding is dat het versienummer van een Edge Transport nummer alleen tijdens het aanmaken van de Edge Subscribtion in Active Directory weggeschreven wordt. Op dat moment draaide deze Edge Transport server nog Exchange 2010 SP2. Als we de Exchange servers opvragen met Get-ExchangeServer zien we:

image

We zien bij server ex1 het versienummer 14.3 welke staat voor Exchange 2010 SP3. Maar bij server ex3 staat 14.2 en dat is ook exact de reden waarom Exchange 2013 Setup denkt dat nog niet alle servers bijgewerkt zijn. Dit is op te lossen door de Edge Transport server opnieuw te subscriben. De procedure is het zelfde als een eerste subscription, de bestaande subscription wordt overschreven en de bijgewerkte informatie wordt opgeslagen in Active Directory. Zie:

Als we de Exchange servers nu nogmaals opvragen zien we ook bij de Edge Transport server ex3 het goede versienummer 14.3 staan:

image

Als we Exchange 2013 CU1 Setup opnieuw starten dan zal deze niet meer blijven steken bij bovenstaande valse melding.

maandag 1 april 2013

Exchange 2010 upgrade naar Exchange 2013 (deel 1)

Heel lang geleden was een Exchange upgrade heel eenvoudig. Bij Exchange 2000 kon je de cd in een server stoppen en een in-place upgrade naar Exchange 2003 uit voeren, na een uurtje wachten en een reboot was het klaar. Maar dit proces betekende ook downtime gedurende de upgrade en maakte het voor Microsoft niet eenvoudig om drastische veranderingen door te voeren. Dus was Exchange 2003 de laatste versie met een in-place upgrademogelijkheid. Bij de versies die daarop volgden plaatsen we de nieuwe versie naast de oude, verplaatsen de mailboxen en verwijderen de oude servers.

Voor Exchange 2013 geldt dezelfde aanpak. In dit artikel beschrijf ik de upgrade van Exchange 2010 naar Exchange 2013 aan de hand van een eenvoudige lab-omgeving. Deze bestaat uit een enkelvoudige Exchange 2010 SP2 server, met de drie basisrollen geïnstalleerd: Client Access, Hub Transport en Mailbox. Hierover later meer, eerst de voorbereiding.

Voorbereiding

Voordat we met de migratie beginnen, nog voordat we de eerste Exchange 2013 server in onze organisatie kunnen introduceren moeten allerlei zaken voorbereid worden. Een aantal daarvan zal ik hieronder behandelen.

Servers met Exchange 2003

Exchange 2013 is niet compatible met Exchange 2003, dit houdt in dat alle Exchange 2003 servers uitgefaseerd moeten zijn. Als er nog een Exchange 2003 server in de Exchange organisatie bestaat dan kunnen we Exchange 2013 niet installeren, dit wordt gecontroleerd tijdens de prerequisits check en is niet te omzeilen. Bij het verwijderen van de laatste Exchange 2003 server gelden er nog een paar extra stappen om uit te voeren, meer hierover in het volgende artikel: Remove the Last Legacy Exchange Server from an Exchange 2010 Organization.

Clients met Outlook 2003

Exchange 2013 ondersteunt de volgende versies van Outlook:

  • Outlook 2013
  • Outlook 2010 SP1 with November 2012 Cumulative Update
  • Outlook 2007 SP3 with November 2012 Cumulative Update
  • Entourage 2008 for Mac, Web Services Edition
  • Outlook for Mac 2011

De nog veel gebruikte Outlook 2003 staat niet in deze lijst, het zelfde geldt voor de WebDav versie van Entourage. Dat betekent dat oudere versies van Outlook eerst moeten worden vervangen voordat de mailboxen van deze gebruikers verplaatst worden naar Exchange 2013. Het is verstandig om hier al vroeg in het project mee te starten. Dit geldt met name voor organisaties waar de software op werkplekken niet centraal beheerd wordt. Het niet kunnen upgrade van clientsoftware is een bekende deployment blocker of op zijn minst een factor die de voortgang flink kan vertragen.

Outlook Anywhere

Outlook maakt traditioneel verbinding met Exchange met MAPI, dit is RPC verkeer. Het nadeel van RPC is dat het zich niet goed laten sturen door firewalls en over het internet. Met Exchange 2003 en Outlook 2003 konden we voor het eerst RPC verkeer over een HTTPS tunnel laten lopen, later werd dit bekend onder de naam Outlook Anywhere. Outlook Anywhere wordt meestal gebruikt voor remote gebruikers, zelden voor interne gebruikers. Exchange 2013 daarentegen ondersteunt alleen nog maar Outlook Anywhere, zowel voor interne als externe clients.

Voor veel organisaties is dit geen probleem, Outlook 2007 en hoger ondersteunen Outlook Anywhere immers gewoon. Maar in sommige omgevingen worden GPO’s gebruikt om de instellingen van Outlook te beheren en kan het zijn dat Outlook Anywhere uitgeschakeld is. Controleer dit van tevoren want nadat een mailbox naar Exchange 2013 verplaatst is kan hij alleen nog maar benaderd worden over Outlook Anywhere.

Backup, antivirus, monitoring, BES, etc.

Exchange 2013 is nieuw en is op dit moment nog maar weinig ingezet. Of het nu oorzaak of gevolg hiervan is, veel 3rd party softwareleveranciers hebben hun producten nog niet aangepast voor Exchange 2013. Voor andere producten is het nodig om een update te installeren of zelfs een nieuwere versie aan te schaffen. Denk hierbij aan backupsoftware, monitoringsoftware, antivirus- en spamfilteringsoftware, archiveringsoplossingen of mobility software zoals Blackberry Enterprise Server (BES) of Good for Enterprises.

Maak een inventarisatie van alle software die raakvlakken heeft met Exchange en controleer per product of er een afhankelijkheid is, welke dat is en hoe dit op te lossen. Denk hierbij niet alleen aan het in bezit krijgen van de juiste versie maar zorg ook dat je de installatieprocedure helder hebt. Kun je de upgrade of update vooraf installeren of moet dit samenvallen met de upgrade van Exchange?

Service Pack 3 voor Exchange 2010

Alle servers met Exchange 2010 moeten voorzien worden van Service Pack 3, dus niet alleen de Client Access servers en niet alleen de servers in de site die we gaan upgraden. Dit Service Pack bevat niet alleen alle voorgaande updates maar voegt ook ondersteuning toe om samen te kunnen werken met Exchange 2013. Zo wordt bijvoorbeeld Windows Authentication aangezet op de OWA en ECP virtual directories.

Het upgraden naar SP3 is een taak die niet onderschat moet worden, eenmaal geïnstalleerd kan SP3 niet meer verwijderd worden. De installatie van SP3 omvat een Active Directory schema update en zorgt ook bij een DAG voor een korte downtime die wellicht in een service window gepland moet worden. Op het moment van schrijven heeft Microsoft na Exchange 2010 SP3 nog geen nieuwe update uitgebracht en er is minimaal één onopgelost issue met SP3: Unable to soft delete some messages after installing Exchange 2010 SP2 RU6 or SP3. Het kan raadzaam zijn om even te wachten op het eerstvolgende upgrade verzamelpakket.

Meer informatie en belangrijke aanwijzingen voor Exchange 2010 SP3 staan in de Release Notes en informatie over het upgraden naar een later Service Pack in: Upgrade Exchange 2010 to Exchange 2010 SP1, SP2 or Exchange 2010 SP3.

Exchange 2010 Edge Transport servers

Dan is er nog een eigenaardigheid met Edge Transport servers, maar wie deze niet gebruikt kan deze paragraaf gerust overslaan. Als deze onlangs van Exchange 2010 SP3 voorzien zijn dan wordt het nieuwe versienummer van Exchange niet in Active Directory weggeschreven. Voor deze servers geldt dus dat je na het installeren van SP3 de Edge Subscription opnieuw aan moet maken. Zie:

Vervolg

In dit deel hebben we de voorbereidingen voor de migratie behandeld. In het volgende deel van deze serie ga ik in op het migratieproces.

woensdag 20 maart 2013

Wat krijg ik eigenlijk precies met Office 365?

Cloud computing is here to stay, dat is inmiddels wel duidelijk. En waarom niet? De voordelen zijn legio: geen investering vooraf maar betalen naar gebruik, vrijwel onbeperkt schaalbaar een flexibel, self-service portals dus niet meer wachten op die overbezette IT-ers maar extra mailboxen wanneer jij het wilt en altijd de laatste versie van de software. Maar zo’n ‘public cloud’ betekent ook dat je met vele andere huurders om de zelfde omgeving werkt waardoor je met beperkingen te maken krijgt. Zo kun je veel zaken configureren maar niet alles op maat maken, een mooi voorbeeld is dat je de inlogpagina niet kunt aanpassen naar jouw eigen huisstijl. En soms zijn er op bepaalde zaken een limiet gezet om te voorkomen dat extreem gebruik van een huurder tot overlast van anderen kan leiden.

Daarom is het goed om zorgvuldig onderzoek te doen voordat je overstapt, je wilt toch wel graag weten wat je krijgt? Microsoft heeft voor Office 365 precies beschreven wat je krijgt, zo weet je wat je kunt verwachten en waar dit misschien afwijkt van de ‘on-premises’ equivalent van de dienst die je af wilt nemen. Deze informatie vind je in de Office 365 Service Descriptions. Een onmisbaar stuk documentatie wat je snel inzicht geeft, vooral in combinatie met een gratis proef-abonnement waarin je zelf kunt kijken hoe dit in de praktijk uitwerkt. Zo kom je later niet voor verrassingen te staan.

image