Wednesday, May 28, 2014

Exchange 2013 CU5 is uit, wat is nieuw?

Vandaag (28 mei 2013) is de vijfde grote update voor Exchange 2013 uitgekomen. Heb je CU4 gemist? Dat kan goed kloppen, want de vierde update is uitgebracht als SP1. We nummeren toch gewoon door dus hebben het hier over CU5. Een overzicht van Cumulative Updates en Service Packs voor Exchange 2013 tot nu toe:

Release Datum
Exchange 2013 11-10-2012
Exchange 2013 CU1 02-04-2013
Exchange 2013 CU2 09-07-2013
Exchange 2013 CU3 25-11-2013
Exchange 2013 SP1 (CU4) 24-02-2014
Exchange 2013 CU5 28-05-2014

In deze release geen schokkende dingen, behalve dan misschien deze: OAB Improvements in Exchange 2013 Cumulative Update 5. Verder is er een aardige lijst met issues die in CU5 verholpen zijn:

KB Article Description
2963590 Message routing latency if IPv6 is enabled in Exchange Server 2013
2963566 Outlook Web App accessibility improvement for UI appearance in Exchange Server 2013

2962439

You cannot sync contacts or tasks in Microsoft CRM client for Outlook in an Exchange Server 2013 environment
2962435 CRM synchronization fails if the time zone name of a meeting is not set in an Exchange Server 2013 environment
2962434 Slow performance in Outlook Web App when Lync is integrated with Exchange Server 2013

2958430

"Some or all Identity references could not be translated" error when you manage DAG in Exchange Server 2013 SP1 in a disjoint namespace domain
2957592 IME is disabled in Outlook Web App when you press Tab to move the focus in an email message in Exchange Server 2013
2942609 Exchange ActiveSync proxy does not work from Exchange Server 2013 to Exchange Server 2007
2941221 EWS integration for Lync works incorrectly in an Exchange Server 2013 and 2007 coexistence environment
2926742 Plain-text message body is cleared when writing in Outlook Web App by using Internet Explorer 8 in Exchange Server 2013
2926308 Sender's email address is broken after importing a PST file into an Exchange Server 2013 mailbox
2925559 Users always get the FBA page when they access OWA or ECP in Exchange Server 2013
2924519 "SyncHealth\Hub" folder is created unexpectedly after installing Cumulative Update 2 for Exchange Server 2013
2916113 Cannot open .tif files from email messages by using Windows-based applications in an Exchange Server 2013 environment
2592398 Email messages in the Sent Items folder have the same PR_INTERNET_MESSAGE_ID property in an Exchange Server 2010 environment

Twee wil ik er even uitlichten. Als eerste Exchange ActiveSync proxy does not work from Exchange Server 2013 to Exchange Server 2007:

“Assume that you have a coexistence environment that has Microsoft Exchange Server 2007 and Microsoft Exchange Server 2013 configured. An ActiveSync user in the environment has a mailbox that is hosted on Exchange Server 2007. In this situation, when the user accesses the mailbox, the ExchangeActiveSync application pool on the Microsoft Exchange Server 2013 Client Access server crashes frequently. 
Additionally, when the application pool is restarted, high CPU usage occurs on the Microsoft Exchange Server 2007 Client Access server, and then the system becomes unresponsive to user requests for all services on the Exchange Server 2007 host.”

Deze bug maakte het vrijwel onmogelijk om soepel en geleidelijk van Exchange 2007 naar Exchange 2013 te migreren. Iedere keer als de Exchange Mailbox server een ActiveSync request probeert te proxieën naar Exchange 2007 CAS (inderdaad, in dit scenario proxied Exchange 2013 CAS naar Exchange 2013 MB, Exchange 2013 MB proxied naar Exchange 2007 CAS) dan crasht de ExchangeActiveSync application pool. Waardoor het dus voor alle gebruikers, zowel op 2007 als 2013, even niet mogelijk is om te synchroniseren met je device. Fijn dat deze opgelost is!

Een andere storend maar minder ernstig issue is de volgende: Users always get the FBA page when they access OWA or ECP in Exchange Server 2013:

“Assume that you use the following command to enable Integrated Windows Authentication or Basic Authentication: [...] After you do this, FormsAuthentication is displayed as disabled in the Outlook Web Access (OWA) and Exchange Control Panel (ECP) virtual directories. However, clients keep encountering forms-based authentication (FBA) when they try to log on to OWA or ECP.”

Met andere woorden, je zet WIA of Basic Authentication aan en het lijkt er op dat vervolgens FBA uit staat. Toch blijft FBA werken, totdat je het expliciet uitzet. Bij het installeren van een nieuwe CU kwam dit issue opnieuw naar voren en moest je de aanpassing nogmaals doorvoeren.

Verder leert de praktijk dat er veel issues opgelost zijn die niet in bovenstaande lijst staan. Eén die in deze lijst mist maar wel verholpen zou moeten zijn is de volgende.

“Een Nederlandstalige mailbox op Exchange 2007 heeft een agenda met de naam Agenda. Wanneer je deze mailbox naar Exchange 2013 verplaats verschijnt op een bepaald moment een tweede agenda met de naam Kalender. Deze nieuwe agenda is nu actief geworden en de oude, waar alle bestaande afspraken in staan, is nu een extra agenda geworden.”

De oplossing is om dit per mailbox te herstellen:

Ik wacht nog op een bevestiging van Microsoft om zeker te weten dat deze in CU5 verholpen is.

Meer informatie en de download zelf vind je hier:

Cumulative Update 5 for Exchange Server 2013

Download Cumulative Update 5 for Exchange Server 2013 (KB2936880)

Released: Exchange Server 2013 Cumulative Update 5

Friday, May 23, 2014

Exchange 2013 Throttling Policy omzeilen

Bij een migratie met 3rd party tools kan Exchange 2013 het verkeer afknijpen vanwege de Throttling Policy, daarmee wordt de doorvoer beperkt en gaat je migratie dus langer duren. Normaal gesproken wil je voorkomen dat een enkele mailbox zeer veel verkeer genereert en hiermee de ervaring voor andere gebruikers zou kunnen beïnvloeden, maar in dit geval wil je hier voor je migratie-account(s) een uitzondering voor maken.

Dat kun je doen door een aangepaste Throttling Policy te maken en deze toe te passen op de migratiemailbox:

New-ThrottlingPolicy MijnPolicy
Set-ThrottlingPolicy MijnPolicy -RCAMaxConcurrency Unlimited -EWSMaxConcurrency Unlimited -EWSMaxSubscriptions Unlimited -CPAMaxConcurrency Unlimited -EwsCutoffBalance Unlimited -EwsMaxBurst Unlimited -EwsRechargeRate Unlimited
Set-Mailbox MigratieAccount -ThrottlingPolicy MijnPolicy

Meer informatie:

Change User Throttling Settings for Specific Users

Server health, monitoring, and performance cmdlets

Monday, May 19, 2014

Veel data in PowerShell? Stop het in een variabele

Even een handigheidje uit de praktijk. In Exchange of Exchange Online vraag je soms lijsten op van alle mailboxen, Public Folders of andere objecten. Afhankelijk van het aantal items en de performance van je omgeving kan het ruimte tijd duren om deze op te vragen. Als je deze data vervolgens meerdere keren wilt gebruiken om bijvoorbeeld statistieken op te vragen of een script voor te bereiden dan is het heel irritant om het commando een tweede keer uit te moeten voeren en vervolgens weer te zitten wachten.

Dan is het hand om de output direct de eerste keer in een variabele op te slaan. Vergelijk:

Get-PublicFolder \ -Recurse -ResultSize Unlimited | measure

En deze:

$pub = Get-PublicFolder \ -Recurse -ResultSize Unlimited
$pub | measure

Beide methoden geven je het aantal Public Folders in de hiërarchie, maar met de tweede optie kun je de $pub variabele nog een keer opvragen en de informatie sorteren, exporteren of doorvoeren naar een ander cmdlet zonder dat de Get-PublicFolder opnieuw uitgevoerd hoeft te worden. Dat scheelt tijd!

Gratis licentie voor de Exchange Hybrid Server? Addertje onder het gras

Voor een hybride migratie naar Office 365 Exchange Online heb je on-premises een Hybrid Server nodig, deze zorgt voor een naadloze samenwerking tussen beide platformen, bijvoorbeeld om mailboxen van en naar Exchange Online te moven en cross-premises free/busy informatie beschikbaar te maken. Hiervoor worden Exchange 2010 SP3 en Exchange 2013 (RTM of SP1) ondersteund. Wanneer je bijvoorbeeld migreert vanaf Exchange 2003 dan zal je een server met Exchange 2010 SP3 toevoegen voor de Hybride functionaliteit omdat Exchange 2013 niet compatible is met 2003, in alle andere gevallen wordt Exchange 2013 SP1 aanbevolen omdat deze veel verbeteringen op het vlak van de hybride setup bevat.

Om die reden zou een organisatie met Exchange 2010 SP3 ook kunnen kiezen om minimaal één server met Exchange 2013 SP1 in te zetten voor dit doel. Vaak wordt aangenomen dat met hiervoor geen licenties hoeft aan te schaffen omdat Microsoft hier een gratis licentiecode voor beschikbaar stelt. Hier zit echter een adder onder het gras: deze is alleen gratis voor organisaties die nog geen gelicentieerde Exchange 2010 SP3 of 2013 server in hun omgeving hebben.

Dus heb je Exchange 2003 of 2007 servers, dan krijg je een gratis licentie voor de toe te voegen Exchange Hybrid Server. Zit je al op Exchange 2010 SP3 of 2013 maar wil je toch aparte Hybrid Servers toevoegen? Dan zal hiervoor een licentie aan moeten schaffen. Afhankelijk van je scenario gaat het dan minimaal om een licentie voor Exchange Server 2013 Standard Edition, in een worst-case scenario ook nog Exchange 2013 Client Access Licenties. Dit geldt natuurlijk niet voor organisaties die met Software Assurance altijd al het recht hebben om de nieuwste versie van de software te gebruiken.

Meer informatie over de voorwaarden en de procedure om de licentiecode aan te vragen: How to obtain an Exchange Hybrid Edition product key for your on-premises Exchange 2007 or Exchange 2003 organization

Tuesday, April 29, 2014

Download alle MEC 2014 sessies en presentaties in één keer

MEC 2014 was geweldig! Als je er niet geweest bent dan kun je de opgenomen sessies (alles behalve de Experts Unplugged sessies) en de presentaties downloaden op Channel 9: http://channel9.msdn.com/Events/MEC/2014 Maar ook als je wel geweest bent, zoals ik, dan was er veel meer te zien dan je in die paar dagen kon bijwonen.

Peter Schmidt heeft een bestaand script aangepast waarmee je alles opgenomen sessies en de presentaties kunt downloaden, iets wat ik je van harte aan kan bevelen. Het gaat in totaal om zo’n 20 GB aan data die standaard op C: komt te staan, vergeet dus niet om het standaard pad aan te passen voordat je het script start. Het script vind je hier: http://gallery.technet.microsoft.com/All-Videos-and-Slides-from-2f641dd2

Zelf heb ik al kort na MEC een groot aantal uitgebreide ‘recaps’ langs zien komen waar ik zelf weinig aan toe te voegen heb. Dave Stork kwam tot de zelfde conclusie en maakte in plaats van zijn eigen recap een overzicht van de recaps die anderen als geschreven hebben: MEC 2014 Meta recap. Leesvoer tijdens het wachten tot de MEC sessies gedownload zijn. :)

image

Woord van de dag: recap. :)

Monday, April 28, 2014

The term 'telnet' is not recognized as the name of a cmdlet

Telnet is de ideale tool waarmee je snel kunt testen of je ergens mail kunt afleveren en of de firewallconfiguratie een bepaalde TCP connectie toestaat. Maar er zijn natuurlijk nog veel meer situaties waarbij je Telnet zou willen gebruiken. Helaas staat Telnet sinds Windows Server 2008 standaard niet meer geïnstalleerd op de servers, het is nu een Windows Feature geworden die je zelf moet installeren.

image

Als je dit vergeet dan krijg je een melding als deze:

telnet : The term 'telnet' is not recognized as the name of a cmdlet, function, script file, or operable program. Check the spelling of the name, or if a path was included, verify that the path is correct and try again.

Gelukkig kun je Telnet eenvoudig installeren met het Add-WindowsFeature cmdlet:

Add-WindowsFeature telnet-client

Wanneer je nu de prerequisits voor Exchange op een server installeert volgens de beschrijving op deze pagina: Exchange 2013 Prerequisites, maak er dan een gewoonte van om Telnet-Client aan de lijst toe te voegen. Zo grijp je nooit mis wanneer je Telnet nodig hebt.

Extra tip: Hetzelfde geldt natuurlijk voor de AD management tools als ADSIEdit en Active Directory Users and Computers. Voeg hiervoor RSAT-ADDS toe aan de lijst met te installeren Windows Features als je deze graag op al je servers beschikbaar hebt.

Friday, April 25, 2014

Kan een mailbox niet vinden in Exchange 2013 EAC

Soms zijn het van die kleine dingetjes… Iemand vertelde dat hij een mailbox niet kon vinden in Exchange Admin Center terwijl deze wel moest bestaan. Ik opende Exchange Management Shell en deed een Get-Recipient *naam* en vond de mailbox direct. Dus samen in EAC gekeken en inderdaad leek de mailbox niet in de lijst met postvakken te staan.

Ook na een klik op het vergrootglas en het ingeven van een deel van de naam bleef de lijst leeg.

image

De oplossing bleek simpel te zijn, deze mailbox was van het type Shared en stond onder gedeeld. In de Exchange 2013 EAC is er helaas geen mogelijkheid meer om alle ontvangers te doorzoeken, bij vorige versies kon je één niveau hoger in de Exchange Management Console klikken om alle ontvangers te doorzoeken.

Gebruik bij twijfel in ieder geval de EMS en Get-Recipient, hiermee kun je wildcards gebruiken en doorzoek je in één klap alle mailboxen (User, Resource, Shared, etc.), distributielijsten, contacts en mail-enabled public folders.

Thursday, April 24, 2014

Exchange best practice: split-DNS zonder split-DNS

Vanaf 2000 was het advies om voor Active Directory een domeinnaam te kiezen die eindigt op .local, of in ieder geval afwijkt van de externe namespace. De tijd heeft intussen niet stil gestaan en dit wordt niet langer als best practice beschouwt. Bijvoorbeeld omdat we voor sommige applicaties SSL certificaten gebruiken waar eigenlijk zowel de interne als de externe namespace op moet staan. Certificate authorities zijn de afgelopen jaren massaal gestopt met het uitgeven van certificaten met een .local naam, omdat de aanvrager niet kan bewijzen dat hij eigenaar is van deze namespace.

Het advies voor Exchange-omgevingen is om zo min mogelijk namespaces te hanteren en bij voorkeur intern en extern dezelfde naam te gebruiken om Exchange-diensten op te bereiken. Voor organisaties die hun externe namespace nog niet in de interne DNS-servers geïntroduceerd hebben kan dit een behoorlijke impact hebben. Na het aanmaken van de DNS-zone in de interne servers moet je direct records aanmaken die ook in de externe zone staan, denk aan host records voor bijvoorbeeld www, portal of webmail.

Voor organisaties die de Exchange-namespace wel graag intern beschikbaar willen hebben maar zonder de hele zone te introduceren kan de DNS Pinpoint methode interessant zijn. Op deze manier wordt een naam als webmail.office365lab.com aangemaakt als een zone op zich, in plaats van de zone office365lab.com met daarin een host record voor webmail.

In dit geval wordt intern de zone domain1.local gebruikt:

image

De publieke namespace zijn webmail.office365lab.com en autodiscover.office365lab.com:

image

Beide hostnamen zouden we intern ook graag willen kunnen resolven en wel naar het VIP van de load balancer: 192.168.200.184. Dit doen we met de volgende commando’s op de Command Prompt:

dnscmd . /zoneadd webmail.office365lab.com. /dsprimary
dnscmd . /recordadd webmail.office365lab.com. @ A 192.168.200.184
dnscmd . /zoneadd autodiscover.office365lab.com. /dsprimary
dnscmd . /recordadd autodiscover.office365lab.com. @ A 192.168.200.184

image 

Als we de DNS console verversen zien we twee nieuwe forward lookup zones met elk een (same as parent foler) record met het IP-adres 192.168.200.184:

image

Wanneer we op een interne client nu de IP-adressen opvragen voor bijvoorbeeld www.office365lab.com en autodiscover.office365lab.com dan zien we dat die laatste intern geresolved wordt terwijl het verzoek voor www.office365lab.com gewoon aan de externe DNS-server wordt doorgezet.

image

De DNS Pinpoint methode is een eenvoudige manier om intern en extern de zelfde namespace te kunnen gebruiken, zonder helemaal over te stappen op Split-DNS.

SharePoint Bibliotheken en de limiet van 5.000 objecten

Geschiedenis

Later kom ik terug op het getal 5.000 uit de titel, dat beloof ik. Maar eerst gaan we even een jaar of vijftien terug. Begin jaren 2000 richt Ray Ozzy, op dat moment vooral bekend als bedenker van Lotus Notes, het bedrijf Groove Networks op en ontwikkelt een product waarmee meerdere gebruikers kunnen werken in één set van bestanden. Toen Microsoft het bedrijf in 2005 overnam, werd Groove Virtual Office opgenomen in de Microsoft Office familie en op de markt gebracht als Microsoft Office Groove 2007.

Met Groove wordt het voor het eerst mogelijk om SharePoint Document Libraries offline te synchroniseren om ook zonder internettoegang aan te kunnen werken. Wijzigingen tussen server en client worden automatisch gesynchroniseerd.

Vanwege de soms wat problematische synchronisatie hebben veel gebruikers een haat/liefde verhouding met Groove. Maar de tool vervult belangrijke functionaliteit en is ontzettend belangrijk voor de adoptie van SharePoint server. Groove is here to stay.

In Office 2010 komt de tool terug als SharePoint Workspace, deze nieuwe naam geeft wat beter aan dat je de tool moet zien als de logische client voor gebruik met SharePoint server. De synchronisatie, in combinatie met het dan nieuwe Office Upload Center, verloopt ook SharePoint Workspace soms problematisch. Conflicten met bestanden, het herhaaldelijk vragen om credentials en niet goed omgaan met ongeldige bestanden zorgen voor veel irritatie. In forums en blogs wordt geschreven welke bestanden je moet verwijderen om de boel compleet te resetten en weer aan het synchroniseren te krijgen.

In Wave 15 hebben we een nieuwe naamsverandering, nu heeft de tool SkyDrive Pro en maakt geen onderdeel meer uit van Office 2013. Deze naam is verwarrend omdat dezelfde naam ook gebruikt wordt voor de persoonlijke werkruimte in SharePoint Server en SharePoint Online, voorheen bekend onder de term MySites. En nadat de naam SkyDrive niet langer gebruikt mag worden om juridische redenen wordt de tool omgenoemd tot OneDrive for Business. Wat helaas ook geldt voor de persoonlijke werkruimte in SharePoint die dus weer dezelfde naam krijgt.

Na drie of vier naamwijzigingen zijn er twee zaken gelijk gebleven: de naam van het proces en de synchronisatieproblemen…

image

Beperkingen

Waarom deze lange inleiding? Omdat ik anders niet uit kan leggen waarom de offline client voor SharePoint anno 2014 nog steeds een aantal beperkingen heeft die in 2004 misschien acceptabel waren maar in 2014 nergens meer op slaan.

Zo ondersteunt SharePoint 30.000.000 (30 miljoen!) bestanden in een Document Library, maar kan OneDrive for Businesses er maximaal 5.000 synchroniseren. Beter gezegd: OneDrive for Businesses kan geen Libraries synchroniseren die meer dan 5.000 bestanden en/of mappen hebben. Het synchronisatieproces stopt of kan niet gestart worden voor nieuwe Libraries.

De interne database van OneDrive for Businesses ondersteunt in totaal 20.000 bestanden of mappen, dus zelfs wanneer je de data verdeelt over meerdere Document Libraries kan het voorkomen dat je tegen de limiet van 20.000 objecten in totaal aanloopt. Tenslotte mag de totale hoeveelheid te synchroniseren data niet meer dan 2 GB bedragen.

Limiet Waarde
Bestanden en mappen per Document Library Maximaal 5.000
Bestanden en mappen in totaal te synchroniseren Maximaal 20.000
Hoeveelheid te synchroniseren data Maximaal 2 GB

Voorbeeld

Als voorbeeld heb ik een lokale directory gevuld met 4.995 kleine bestanden:

1..4995 | % { New-Item -Path c:\temp -Name "$_.txt" -Value (Get-Date).toString() -ItemType file}

Deze bestanden heb ik vervolgens gekopieerd naar de hoofdmap van een nieuwe SharePoint Online Document Library.

image

Wanneer we deze nu willen synchroniseren naar de lokale computer starten we dit proces met een klik op de ‘synchroniseren’ knop. Na een tijdje is het synchroniseren ingeregeld en kunnen we de bestanden lokaal op de computer vinden, in de directory staan nu de 4.995 bestanden die ook online stonden.

Bij wijze van test voeg ik lokaal een directory toe, zes keer in totaal. Bij deze zevende verschijnt geen groen vinkje meer ten teken dat de wijziging naar SharePoint Online gesynchroniseerd is.

image

Je zou dit in de praktijk snel over het hoofd zien, zeker omdat deze icoontjes steeds met enige vertraging bijgewerkt worden. In de praktijk werk je misschien door en merk je pas later dat je wijzigingen niet in SharePoint verschijnen, het zelfde geldt voor wijzigingen in SharePoint die op jouw computer niet langer doorgevoerd worden. Stel je voor dat het inmiddels om een aantal dagen werk gaat, of dat je veel bestanden verplaatst of naar SharePoint gekopieerd hebt!

Als je weet waar je moet kijken, namelijk het System Tray icoontje, dan valt op dat er iets aan de hand is:

image 

Wanneer je met de rechter muisknop klikt en vervolgens View sync problems kiest dan verschijnt het volgende scherm:

image

Gelukkig zijn er in deze testomgeving geen andere issues en is direct duidelijk wat de oorzaak is:

We can't sync this library because it's too large. For more information, please see SkyDrive Pro help.

Natuurlijk zou deze melding nog iets concreter kunnen, of zou een directe verwijzing naar de concrete informatie op zijn plek zijn, maar het is in ieder geval iets. Om het probleem op te lossen heb ik online de mappen 4, 5 en 6 verwijderd. Vervolgens bij het System Tray icoontje gekozen voor Sync Now omdat het proces niet vanzelf op gang kwam.

Nu de synchronisatie weer loopt blijk ik toch Map 6 weer te zien maar een kniesoor die daar op let, het is geen productiedata maar zijn slechts testbestandjes.

image

Advies

Microsoft werkt enorm hard aan Office 365, SharePoint Online en SharePoint Server. We zien meerdere keren per jaar updates verschijnen die het werken makkelijker maken, functionaliteit toevoegen of anderszins verbetering brengen. Maar als we constateren dat we de limieten van Groove en opvolgers al ruim 10 jaar ongewijzigd zijn dan heb ik er een hard hoofd in dat die snel verholpen zullen worden. Tenzij Microsoft eerdaags met een nieuwe oplossing komt die niet meer op deze oude techniek gebaseerd is.

Wanneer offline synchronisatie voor jou of jouw gebruikers belangrijk is, werk dan met meerdere Document Libraries om het aantal bestanden en mappen per bibliotheek kleiner dan 5.000 te houden. Synchroniseer je meerdere Document Libraries, denk dan aan de limiet van 20.000 items in totaal en de maximale grootte van 2 GB.

Gebruik je Office 365 SharePoint Online of SharePoint Server 2013? Installeer dan de laatste versie van OneDrive for Business. Instructies en de downloadlink vind je hier: How to install the OneDrive for Business (formerly SkyDrive Pro) sync client for SharePoint 2013 and SharePoint Online

Wil je graag werken in de Windows Verkenner maar heb je geen behoefte aan offline toegang? Open de bibliotheek dan gewoon met de Verkenner:

image

Is het een puinhoop geworden? Klik dan met de rechtermuisknop op het System Tray icoon en kies Herstellen. Er wordt dan een backup gemaakt waarna de synchronisatie verbroken en opnieuw aangemaakt wordt. Wel is het dan mogelijk dat je niet gesynchroniseerde wijzigingen zelf aan de hand van de backup moet herstellen, pas hier dus mee op.

Opvolger van FIM en het einde van Forefront

Niet zo heel erg lang geleden werden alle oplossingen die iets met beveiliging deze in de Microsoft Forefront familie ondergebracht. De nieuwe ISA Server heette Forefront Threat Management Gateway 2010 en de nieuwere versies van Antigen kregen een naam die startte met Forefront Protection for…

Naast de familienaam hadden de producten zelf meestal weinig overeenkomsten. Er was geen centrale beheeroplossing voor de antimalware producten voor server en desktop en de oplossingen voor de diverse aplicaties. Forefront UAG was het oude product van Whale, TMG een doorontwikkeling van Proxy Server 2.0 en de al eerder genoemde Forefront Protection for.. producten waren opgefriste versies van Antigen.

In september 2012 kondigde Microsoft het einde aan van TMG en bijna de hele rest van de familie behalve UAG en Forefront Identity Manager. Een dik jaar later viel ook het doek voor UAG en bleef alleen nog FIM over, hoewel het inhoudelijk ook op dat vlak stil bleef. Wel is duidelijk dat de relevantie van FIM in het tijdperk van Cloud Computing nooit zo groot geweest is en dat FIM ook de komende jaren de verbindende schakel blijft tussen Private en Public Cloud.

Deze week werd er meer bekend over de opvolger van FIM 2010 die medio 2015 gaat verschijnen. Inhoudelijk wordt het product klaargemaakt voor het tijdperk van BYOx, Cloud Computing en hybride scenario’s. Maar ook de naam verandert: Microsoft Identity Manager. Waarmee het definitieve einde aangekondigd is voor de Forefront familie van beveiligingsproducten.

Wat we daarvan moeten vinden? Dat is een lastige. Voor TMG en UAG geldt dat een deel van de functionaliteit om applicaties te publiceren verhuist naar Windows Server, ik denk dat dit een goede ontwikkeling is. Forefront Protection for Exchange zal gemist worden, evenals zijn ‘broertjes’ voor SharePoint en Lync. Microsoft schuift voor email de hosted Exchange Online Protection naar voren maar voor veel organisaties betekent dit dat ze kijken naar een alternatief onder de bekende leveranciers van dit soort software.

Identity en Access Management (IAM) is nog nooit zo relevant geweest, maar of dit de naam MIM rechtvaardigt? Ik denk dat hier nog wel naamswijziging aan gaat komen. Of zouden we met Microsoft Azure en Microsoft Identity Manager juist een meer consistente naamgeving gaan krijgen die niet bij iedere versie gewijzigd hoeft te worden? Misschien is dit nog niet eens zo’n gek idee…